Inleiding

Financiële hoofdlijnen

Financieel meerjaren perspectief
De basis van de financiële Begroting 2025 zijn de standen van de Perspectiefnota 2025 die de raad op 9 juli 2024 heeft vastgesteld en de financiële effecten vanuit de Meicirculaire 2024 die eerder via een raadsvoorstel zijn gedeeld.

Na het opstellen van de Perspectiefnota 2025 hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan die effect hebben op het meerjarig financieel perspectief. Zo zijn de bijgestelde begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen verwerkt, de kapitaallasten geactualiseerd en wijzigingen als gevolg van nieuwe BBV regels verwerkt. Een specificatie van alle mutaties die van invloed zijn geweest op het begrotingssaldo zijn opgenomen bij het onderdeel Financiële begroting . Na verwerking van deze ontwikkelingen ziet het financieel perspectief er als volgt uit:

Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Eindsaldo Perspectiefnota 2025

0

-23.145

-20.730

-21.775

1. Meicirculaire 2024

5.358

6.251

3.565

1.673

2. Ontwikkelingen

1.775

-1.738

-2.808

-776

3. Bestemmingsreserve 'Op weg naar ombuigingen'

-7.000

Begrotingssaldo 2025 en verder

133

-18.632

-19.973

-20.878

In het begrotingsjaar 2025 is er sprake van een sluitende begroting. In 2026 is sprake van een iets minder negatief perspectief ten opzichte van de Perspectiefnota 2025, maar voor het (ravijn) jaar 2026 en de jaren erna blijft het grote negatieve saldo een zorgpunt.

Landelijk financiële beeld/rijksbeleid
Vrijwel alle gemeenten staan voor grote financiële uitdagingen vanaf 2026 en ook voor Dordrecht geldt dat deze deels te wijten zijn aan rijksbeleid. Het kabinet Schoof I dat 2 juli 2024 is beëdigd heeft 13 september het regeerakkoord gepresenteerd. Het ziet er niet naar uit dat dit regeerakkoord de financiële positie van gemeenten op korte en middellange termijn verbeterd. Zo worden specifieke uitkeringen in 2026 omgezet in fondsuitkeringen. Hoe dit er in de praktijk uit gaan zien is nog onzeker maar er wordt hierbij een budgetkorting van in totaal 10% verwacht. Verder is de Septembercirculaire 2024 recent gepubliceerd. De volledige financiële impact voor de gemeente Dordrecht wordt momenteel doorgerekend.

Stand van zaken ombuigingen
Wat ondanks alle ontwikkelingen op het financieel perspectief den rijksbeleid gelijk is gebleven is de inschatting dat maatregelen nodig zijn om de gemeentefinanciën op orde te houden. Het tekort overstijgt vanaf 2026, met ongewijzigd beleid, ruim € 18 miljoen in 2025 en dit loopt op tot € 20 miljoen in 2028. In de Perspectiefnota 2025 zijn er voor 2025 ruim € 3,5 miljoen en vanaf 2026 ruim € 6,0 miljoen ombuigingen opgenomen. Het is belangrijk om te monitoren of deze ombuigingen worden gerealiseerd of hier verdere maatregelen benodigd zijn. Vanuit een meer visie-gestuurde invalshoek zal deze totale financiële opgave uiterlijk begin 2025 door de raad worden verdeeld over de begroting. Bij de Perspectiefnota 2026 zullen voor de daadwerkelijke invulling van de opgave concrete maatregelen worden voorgesteld.

Bestemmingsreserve 'Op weg naar ombuigingen'
Wij kiezen ervoor het beoogde resultaat van 7 miljoen in boekjaar 2025 te storten in een bestemmingsreserve. We staan vanaf 2026 voor een aanzienlijke ombuigingsopgave. De definitieve besluitvorming over hoe deze ombuigingen worden ingevuld vindt plaats bij de Perspectiefnota 2026. Dit betekent dat de tijd kort is tussen het moment waarop vastligt waarop precies bezuinigd wordt en het daadwerkelijk effectueren van deze ombuigingen. Dit stelt ons voor diverse uitdagingen, die we willen oplossen door het instellen van deze reserve. Dit zijn:

  1. Wij willen voorkomen dat we nu al keuzen moeten maken, die de ruimte om fundamentele keuzen te maken in het bezuinigingstraject verkleinen. Als bijvoorbeeld een voorziening nu definitief dreigt te verdwijnen wegens een financieel tekort, kunnen we volgend jaar niet meer afwegen of we de voorziening willen behouden.
  2. Er is soms ruimte nodig om bezuinigingen door te kunnen voeren. Zo kan volgend jaar bijvoorbeeld besloten worden vanaf 2026 te korten op een bepaalde voorziening, maar kunnen juridische kaders voorschrijven dat de bezuiniging moet plaatsvinden in een afbouw van meerdere jaren. Dat betekent dat we in jaar 1 of 2 niet het volledige te bezuinigen bedrag kunnen realiseren.
  3. Bij een aantal bezuinigingen is het denkbaar of mogelijk dat inwoners, bedrijven of maatschappelijke organisaties de voorziening of taak zonder gemeentelijke inzet zullen voortzetten. Daarbij kan het nodig zijn dat wij de betreffende voorziening of taak nog een of twee jaar incidenteel financieren, met de uitdrukkelijke afspraak dat dit incidenteel is en er perspectief moet zijn op continuering.
  4. Aflopende incidentele financiering van taken, die nog een incidentele impuls nodig hebben om op het gewenste niveau te komen.

Vermogenspositie
Ook de vermogenspositie is al jaren achtereen gezond. Door dit vermogen in te zetten voor investeringen volgens de Agenda Dordt 2030 en ook voor intensiveringen uit het Politiek Akkoord investeren we meerjarig in een verbetering van de structurele, sociaal economische positie en het verdienvermogen van onze stad. Dat is gewenst omdat het hoge voorzieningenniveau gegeven de sociaal-economische positie van Dordrecht, nog niet kan leunen op structureel voldoende draagvlak om deze voorzieningen waar de inwoners van de stad trots op zijn ook duurzaam in stand te houden. Focus op de realisatie van deze ambitie blijft daarbij van cruciaal belang.

Deze pagina is gebouwd op 10/22/2024 08:29:46 met de export van 10/22/2024 08:16:46